Geografie

Ongeveer 130 miljoen jaar geleden vormde Nieuw-Zeeland samen met de continenten Zuid-Amerika, Antarctica, Australië, Arika en India het super-continent Gondwana. Na dertig miljoen jaar scheidde Nieuw-Zeeland zich van Gondwana en isoleerde zich vervolgens langzaam van dit continent.

Nieuw-Zeeland beslaat circa 1600 kilometer van noord naar zuid. Het land bestaat ruwweg uit drie grote eilanden (het Noordereiland, het Zuidereiland en Stewart Eiland) en talloze kleinere eilandjes. Het totale land is ongeveer acht keer zo groot als Nederland. De oppervlakte van het Noordereiland is 115,000 km’ het Zuidereiland is groter, ongeveer 151,000 km’.

Nieuw-Zeeland ligt ten zuidoosten van Australië, wordt in het oosten begrensd door de Stille Oceaan en in het westen door de Tasmanzee. Het Noordereiland wordt van het Zuidereiland gescheiden door de Straat Cook.

Nieuw-Zeeland kent ondanks haar relatief kleine oppervlakte een verscheidenheid aan landschapsvormen. Veel bergen en heuvels in het land hebben een vulkanische oorsprong. Vooral op het Noordereiland is dit duidelijk te merken aan de aanwezigheid van vulkanen, warmwaterbronnen en kratermeren. De Zuidelijke Alpen met enkele gletsjers bepalen voornamelijk het beeld op het Zuidereiland. Het landschap op beide eilanden wordt verder gekenmerkt door talloze bossen, meren, fjorden en weilanden.